Neuigkeiten über Schalbruch

von Anno Dazumal

30.09.1955: Legendarische Jachtverhalen

Een van de beste en meest gevarieerde jachten in Limburg was die van de heren Barbou van Roosteren te Bom. Enkele malen per jaar joegen drijvers en jagers achter het leven van konijnen, hazen en fazanten en duizenden stuks werden op oogstwagens geladen en naar 't kasteel vervoerd.
Rond 12 uur werd de warme „middag" naar het bos gebracht en na afloop van de jacht kregen de drijvers in een café hun daalder en zoveel bier, dat ze een pracht van een familiedorst konden lessen. In deze beroemde jacht van Bom schoot de jager naast het konijn de haas en de fazant rustig een snip, een wilde duif en een eend. In de winter kon hij er dwalen met fret en hond en na deze geweldige uitdunnerij kon de wandelaar op het einde van de lente — vooral 's avonds en 's morgens — weer over de konijnen wandelen. Deze tijd ging voorbij toen op het einde van de oorlog „Jan en Alleman" zijn geweer afschoot in deze bossen en velden en patrijs en haas en konijn haastig naar elders vluchtten. In latere jaren werd de jacht weer op behoorlijk peil gebrapht en het ging er op lijken, dat de jachten van Bom en Limbricht — vooral ook door de aanwezigheid van edel wild (ree) — hun vroegere grootheid zouden herwinnen. Helaas voer de gevreesde ziekte door de bossen in Limburg en van de konijnen bleven slechts de herrinnering en de talloze holen onder bomen en struiken.
Jaren zullen er over heengaan, eer de wildstapel hier weer op normaal peil is gebracht. Tot dan zullen de jagers zich moeten vergenoegen met de veldhoen, de fazant en de haas. We troffen dezer dagen nog een jager, al iets ouder van jaren maar nog met een zeer jong hart. Toen we hem over jachten van vroeger spraken nam hij ons eerst mee naar Bom en toen trokken we bij Wehr de grens over, de Zelfkant in. Wonderlijke jachtgebieden lagen er rond deze dorpen. Achter elke biet zaten minstens twee hazen en elk aardappelveld was een "wildhotel". De witsen nabij Schalbruch zaten vol fazanten en jagers met gerenommeerde namen uit Ardennen en Eifel kwamen naar Schalbruch, om dit bouquet fazanten — zo stralend waren de kleuren als tientallen hanen de vleugels uitsloegen — te zien en te bejagen. In October richtten zich de eerste geweren tegen deze mooie vogels en op elke jacht werd het fazantenleger met 300 tot 400 fazanten gedund. Op de laatste jachtdag in Januari bedroeg de buit steeds nog over de honderd sierlijke vogels. Zo was het eens in Havert.

(C) 2009-2017 Hans Mohren, Schalbruch