Neuigkeiten über Schalbruch

von Anno Dazumal

29.12.1956: Mensen en Dingen

De ramp run Oudejaar 1955

Albert Blommaert wenst zekerheid
Negen weduwen wachten op de beslissing

HET WAS een miezerige, koude vrijdagmiddag op de voorlaatste dag van het jaar 1955. Overal werd vrolijk en vinnig aan de laatste uren van een bijna voorbij jaar gewerkt. Want het zou niet lang meer duren of een nieuw jaar zou zich aandienen met alle goede verwachtingen, die wij mensen meestal van nieuwe jaren hebben. Ook. de elf mannen. die op 36 meter hoogte werkten aan de bouw van een priltoren op het terrein van het Stikstofbindingsbedrijf te Geleen. waren goedgemutst. Nog enkele uren en zij zouden het erop hebben zitten voor dat jaar. Het was half twee precies. Acht van de elf werkten beneden een betonnen vloer op een hoge steiger, drie van hen stonden erboven en waren bezig met beton storten. Een enorme bouwlift bracht telkens een grote bak beton naar boven. Door een goot liep het beton in de bekisting. Maar als er beton moest worden gestort aan de randen van de vloer, dan gebruikten de drie mannen boven een zogenoemde Japanner, dat is een tweewielige betonwagen. Er stond een enorme druk op de steiger. Zeven minuten later waren acht van de arbeiders dood, drie zwaargewonden lagen 36 meter lager tussen het puin van een ingestorte stellage en tussen het neergestorte beton. Een dag later overleed een van de zwaargewonden in het Sittardse ziekenhuis. Twee mannen overleefden die verschrikkelijke ramp op de voorlaatste dag van het jaar, Albert Blommaert uit Susteren en Maas uit Kerkdriel.
In de vriendelijke kleine woning van Albert Blommaert in Susteren heeft de enige Limburger, die het verhaal kan navertellen, ons de bijzonderheden van het ongeluk nog eens precies verhaald. Oudejaar 1956 is de eerste jaarwisseling, die hij sinds de ramp weer thuis b(j zijn vrouw Gerda en zijn twee kleine jongens Jozef en Mathieu mag doorbrengen. De herinner me die laatste ogenblikken voor het ongeluk nog heel goed, zegt Albert. Wij waren, zoals gezegd, boven bezig met betonstorten. lemand zei tegen Mohren (wij noemden hem Greet en hij kwam uit Schalbruch): „Rij jij ook eens een paar Japanners, ik ben moe". Mohren nam de Japanner van Maas over en liet de wagen vol beton lopen. Vlak daarvoor had de opzichter tegen mij gezegd: „Albert. je moet naar beneden gaan bij de anderen, je moet ze daar gaan helpen". Maar Maas uit Kerkdriel zei: ..Nee Albert. je blijft boven. We komen zo al niet klaar met betonstorten". Ik antwoordde: „Goed. ik blijf boven, maar het is op jouw verantwoording". Dat Ik toen boven gebleven ben, heeft mij het leven gered. Ik heb later vaak tegen Maas gezegd hoe dankbaar ik hem was, dat hij me had geboden boven te blijven. Mohren had ondertussen zijn Japanner vol. Hij reed ermee naar de rand van de vloer. En precies op het moment dat hij de wagen leegstortte, viel de hele stellage in elkaar en donderden wij met zijn allen naar beneden. Zesendertig meter, tonnen en nog eens tonnen beton en ijzer, het was een verschrikkelijk iets.

(C) 2009-2017 Hans Mohren, Schalbruch